Uitspraak T 2021009: Tuchtcommissie ISR inzake Wevers

Maandag 2 mei jl. deed de tuchtcommissie van het Instituut Sportrechtspraak (ISR) uitspraak in de zaak Wevers die was aangespannen door de KNGU. De tuchtcommissie spreekt Wevers vrij van grensoverschrijdend gedrag nu de tuchtcommissie van oordeel is dat onvoldoende is vast komen te staan dat Wevers zich schuldig heeft gemaakt aan het in de aangifte genoemde tuchtrechtelijk verwijtbaar gedrag.

De tuchtcommissie is van oordeel dat er uit het dossier en hetgeen door aanklager en de getuigen ter zitting is aangevoerd weliswaar een zeker beeld is ontstaan van bepaalde door Wevers veroorzaakte misstanden, maar dat heeft de tuchtcommissie niet overtuigd dat is bewezen hetgeen Wevers in de aanklacht wordt verweten. De desbetreffende verklaringen van de getuigen (en ook van de overige meldsters à charge) zijn daartoe onvoldoende concreet in tijd en plaats en daarmee onvoldoende verifieerbaar. De tuchtcommissie vindt daarbij dat sprake is van gebrekkig onderzoek, waardoor de tuchtcommissie haar oordeel niet heeft gebaseerd op het gehele onderzoeksdossier van de onderzoekscommissie maar uitsluitend op de verklaringen uit eerste hand, namelijk van de meldsters die tijdens de mondelinge behandeling een verklaring hebben afgegeven. 

De KNGU heeft aangegeven in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak. 

De uitspraak kan u hier raadplegen.