2025 was een dynamisch en veelbewogen jaar binnen sport en recht, waarin zowel op nationaal als internationaal niveau weer interessante juridische ontwikkelingen plaatsvonden.
Sportorganisaties, rechters en arbitrage-instanties werden opnieuw geconfronteerd met fundamentele vragen over sportautonomie, rechtsbescherming en integriteit in de sport. Graag nemen wij u mee langs een aantal spraakmakende gebeurtenissen die het afgelopen jaar hebben gekenmerkt, waarna wij ook nog even zullen stilstaan bij de activiteiten van onze vereniging en een korte vooruitblik op 2026.
Internationaal stond 2025 in het teken van de blijvende invloed van het Europees recht op sportreglementering. De nasleep van de Diarra-uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie was daarbij duidelijk voelbaar, in welke zaak was geoordeeld door het Europees Hof van Justitie dat bepaalde FIFA-regels inzake contractbeëindiging en daaropvolgende sancties onverenigbaar zijn met het EU-recht. De uitspraak maakte duidelijk dat sportbonden, ondanks hun autonome positie, gebonden blijven aan fundamentele Europese vrijheden. De Diarra-zaak fungeerde daarmee als een belangrijk ijkpunt in het debat over de reikwijdte van sportautonomie en de grenzen daarvan.
Ook de positie van het Court of Arbitration for Sport (CAS) stond in 2025 opnieuw in de schijnwerpers. In verschillende procedures werd de vraag opgeworpen in hoeverre CAS-uitspraken ruimte laten voor toetsing door nationale rechters, met name wanneer fundamentele rechten of beginselen van effectieve rechtsbescherming in het geding zijn. Daarbij werd regelmatig verwezen naar de Pechstein-zaak, waarin de verplichte gang naar sportarbitrage eerder ook al ter discussie werd gesteld. Hoewel sportarbitrage in beginsel toelaatbaar werd geacht, maakte deze zaak duidelijk dat de autonomie van sportrechtspraak haar grenzen vindt wanneer het recht op een eerlijk proces en toegang tot de rechter in het gedrang komt. De spanning tussen snelle, uniforme sportrechtspraak en het staatsrechtelijke beschermingsniveau kwam daarmee opnieuw scherp naar voren.
Binnen Nederland stond het sportrechtelijke debat in 2025 mede in het teken van de licentieperikelen met Vitesse Arnhem. De club kampte met aanhoudende onzekerheid over haar financiële positie, eigendomsstructuur en naleving van de licentie-eisen van de KNVB. De dreiging van het verlies van de proflicentie en de uitspraken van de licentiecommissie maakten duidelijk welke verstrekkende juridische gevolgen het licentiestelsel kan hebben voor het voortbestaan van profclubs. De situatie bij Vitesse onderstreepte opnieuw de nauwe verwevenheid tussen sportrecht, financieel toezicht en governance binnen het Nederlandse profvoetbal.
Daarnaast was er in 2025 hernieuwde aandacht voor integriteit in de sport. Dit bleek onder meer uit diverse disciplinaire zaken waarin sporters, officials en scheidsrechters werden geconfronteerd met sancties wegens grensoverschrijdend gedrag en andere integriteitsschendingen. Deze zaken maakten duidelijk dat integriteitsregels niet louter morele richtlijnen zijn, maar juridisch afdwingbare normen met ingrijpende gevolgen voor individuele carrières en de geloofwaardigheid van competities. Integriteit bleef daarmee een kernbegrip binnen het sportrecht.
Tegen deze achtergrond kende ook de Vereniging voor Sport & Recht een actief jaar. Op 28 maart 2025 vond de eerste Legal Workshop Internationaal Sportrecht plaats, verzorgd door Manfred Nan en Dennis Koolaard. Tijdens deze zeer goed bezochte bijeenkomst kregen deelnemers een verdiepend en praktisch inzicht in internationale sportarbitrage en recente ontwikkelingen binnen het CAS en het Europees sportrecht. De tweede legal workshop was ook een groot succes en werd verzorgd door Vissers Advocaten. Tijdens deze middag werden de deelnemers meegenomen in de wereld van het tuchtrecht in de sport.
Het derde actualiteitencongres, dat dit jaar wederom bij de Nederlandse Orde van Advocaten in Den Haag plaatsvond, vormde opnieuw een inhoudelijk hoogtepunt. Diverse sprekers belichtten actuele en prangende onderwerpen binnen het sportrecht met dit jaar arbeidsrecht als thema en speciale aandacht voor schijnzelfstandigheid en de impact van de Diarra-uitspraak. Het congres bood ruimte voor verdieping, discussie en ontmoeting tussen academici, praktijkjuristen en studenten.
De jaarvergadering, dit jaar bij de KNSB in Utrecht, bood gelegenheid om terug te blikken op het verenigingsjaar en vooruit te kijken naar de toekomst. Tijdens deze bijeenkomst werd tevens aandacht besteed aan de verdere professionalisering van de vereniging en het belang van het betrekken van jonge juristen bij het sportrechtelijk debat. Het wetenschappelijk gedeelte was ook dit jaar een succes met aandacht voor de toekomst van arbitrage in de sport.
Met deze hoogtepunten sluiten wij een inhoudelijk rijk en uitdagend sportrechtelijk jaar af. Tegelijkertijd kijken wij vooruit naar 2026, dat opnieuw een jaar vol juridische vraagstukken en inspirerende activiteiten belooft te worden. Wij hopen u ook komend jaar weer te mogen verwelkomen bij onze congressen, workshops en bijeenkomsten.
De eerstvolgende activiteit van onze vereniging is de legal workshop De regels van het spel – (integriteits)onderzoek in de sportwereld, georganiseerd op 29 januari in samenwerking met en bij Boontje Advocaten in Amsterdam. Later in het nieuwe jaar, op vrijdag 17 april 2025, volgt een andere workshop die, in samenwerking met de Vereniging voor Sport en Recht, wordt georganiseerd door het Europa Instituut van de Universiteit Leiden en in het teken van het Europees sportrecht zal staan. Daarover later meer!Wij danken u voor uw betrokkenheid en wensen u een sportief en succesvol 2026 toe.
Het bestuur van de Vereniging voor Sport & Recht
Frans de Weger, Arno Ploeg, Rosalie Tamminga, Steven Jellinghaus, Martine Margadant en Laurine van Riessen
